Kippen van Rondeel Barneveld

Studentinteresse in pluimvee: de sector in beeld

Date

De Nederlandse pluimveesector kampt met een lage, en in sommige opleidingen dalende instroom van studenten in pluimveegerelateerd onderwijs. Dit is opvallend, gezien de economische en internationale positie van de sector, het sterke innovatievermogen en de aanhoudende vraag naar goed opgeleide professionals. 

Tijdens een Academic Consultancy Training project aan Wageningen University & Research werkte een multidisciplinair team van vijf masterstudenten (Animal Sciences, Biology en Consumer Studies) in opdracht van het Poultry Expertise Centre aan dit vraagstuk.  Het doel van dit project was om de reden achter de beperkte interesse in pluimveegerelateerde opleidingen onder MBO, HBO en WO studenten in Nederland te onderzoeken.

Gedurende het onderzoek is een aantal onderwijsinstellingen met pluimveegerelateerd onderwijs betrokken. Bij Yuverta MBO Horst, Aeres MBO Barneveld, Aeres Hogeschool Dronten, Wageningen University & Research en Faculteit Diergeneeskunde Utrecht zijn studieadviseurs en docenten benaderd voor een-op-een gesprekken over deze kwestie.

Daarnaast hebben er bij Aeres MBO, Aeres Hogeschool, Wageningen University & Research, en Faculteit Diergeneeskunde groepsinterviews plaatsgevonden met studenten in een pluimveegerelateerde studie. De interviews richtten zich op instroompatronen, studiekeuzeprocessen, percepties van de pluimveesector, carrièremotivaties, loopbaanmogelijkheden en andere informatiebehoeften.

De instroom op MBO en WO niveau blijkt relatief stabiel, terwijl deze in sommige HBO programma’s lager ligt. Uit resultaten blijkt dat de interesse van studenten sterk beïnvloed wordt door de zichtbaarheid en het imago van de sector, de mate van praktische kennismaking tijdens de opleiding en familie- of werkachtergrond.

Voor sommige studenten spelen een aantal belemmeringen ook een rol, zoals een populariteitsverschil ten opzichte van andere diersectoren, beperkte voorafgaande interesse, lage bekendheid met de sector en de perceptie dat specialisatie in pluimvee beperkend is. Ook kan beperkte praktische kennismaking een drempel vormen. Bij WO opleidingen worden studenten doorgaans meer theoretisch opgeleid en kan praktische kennismaking bijdragen aan het opwekken van interesse.

Studenten beschrijven de pluimveesector over het algemeen als gestructureerd, pragmatisch en economisch stabiel. Tegelijkertijd blijkt dat de diversiteit aan loopbaanmogelijkheden onvoldoende bekend is, wat invloed kan hebben op de aantrekkelijkheid van het vakgebied.

Op basis van deze inzichten adviseert het projectteam om te investeren in grotere zichtbaarheid en gerichte kennis aan de sector. Daarbij is het van belang om alternatieve communicatiekanalen te benutten en het juiste moment voor kennismaking met de sector te kiezen. Daarnaast is het belangrijk om de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven verder te versterken, bijvoorbeeld via stages, afstudeeropdrachten, gastcolleges en de inzet van alumni.

Bovendien kan meer flexibiliteit binnen onderwijsroutes helpen om de perceptie van een smalle specialisatie te verminderen. Heldere communicatie richting studenten en ouders over uiteenlopende loopbaanmogelijkheden en betere begeleiding bij stages en internationale kansen kunnen eveneens bijdragen aan het verlagen van drempels.

Uit de interviews kwam naar voren dat “onbekend maakt onbemind” een belangrijke rol speelt. Het terugdringen van de onbekendheid is daarmee een noodzakelijke stap richting erkenning en waardering.

pec